Historie

CIV Texel

De Coöperatieve Vereniging voor Visserijbenodigdheden, CIV Texel, werd opgericht in 1931. Het was een tijd van malaise en werkloosheid. Ook de vissers moesten elk dubbeltje omkeren. Ze meenden dan ook dat gezamenlijke inkoop voordeel zou opleveren. Het initiatief sloeg aan. De “coöperatie” groeide in de 20e eeuw uit tot een succesvol ondersteunend bedrijf voor de gehele Texelse vloot.

Leden van het eerste uur

De leden van het eerste uur waren vissers die op de Noordzee visten. Zij vertegenwoordigen 10 schepen. De belangen van de Wadden- en Zuiderzeevissers werden behartigd door de in 1921 opgerichte vereniging DETV (Door Eendracht Tot Vooruitgang). Pas in 1971 zou het tot een samenvoeging binnen DETV komen.

Het begin

Het eerste bestuur van de CIV bestond uit Biem Vlaming Pzn (voorzitter), Aris Ellen Azn (secretaris) en W. Drijver (penningmeester). Om werkkapitaal te hebben, moest elk schip f. 50,- inleg storten. Bij de bank leende het bestuur nog wat geld, zodat men een houten gebouw van de firma Rab op de haven kon kopen. Dit gebouw stond op de plaats waar nu de zaak van A. Hutjes is gevestigd. De CIV kocht het voor f 1.500,- en liet er een zolder met kap op zetten. Het pakhuis werd gebruikt voor de opslag van allerlei goederen, zoals netwerk, garen, smeermiddelen, brandstof en verf.

Crisisjaren

Tijd om netten, manden en vistuig te laten drogen

Netten drogen in de haven

Terwijl het economisch kommer en kwel was midden in de dertiger jaren, ging het de CIV voor de wind. Dat valt tenminste af te leiden uit de jaarboeken, die tot volle tevredenheid werden afgesloten. Minder goed verging het de vissers op de Waddenzee. Door de afsluiting van de Zuiderzee en het verdwijnen van het zeewier kwamen zij financieel in de knel. Pas na een stevige lobby konden ze vanaf 1938 beroep doen op een uitkering uit het Zuiderzeefonds.

Oorlogsjaren

In de vergadering van 27 december 1940 werd besloten de CIV op non-actief te zetten. Zaken doen was door de oorlogssituatie niet meer mogelijk. Een aantal vissers raakte wegens vordering door de bezetter hun schip kwijt. De oorlog deed de saamhorigheid geen goed, daarom werd na de bevrijding een speciale vergadering belegd. De nieuwe voorzitter, B. van der Vis Pzn, wist de koppen weer in één zak te krijgen. De CIV kon zo weer verder.

Na de oorlog

Zijaanzicht houten CIV gebouw

Houten gebouw CIV met TX 37 aan de kade

De eerste jaren na de oorlog waren verre van eenvoudig. Het pakhuis was leeg en het aantal schepen verminderd. Langzamerhand ging alles weer in opgaande lijn. In 1955-”56 kreeg olieboot “Oom Biem” (die voor de oorlog was aangeschaft) een opvolger. Deze tankboot is tegenwoordig nog steeds in dienst.

Aan het eind van de jaren “50 maakte het houten pakhuis plaats voor een stenen gebouw, beter bestand tegen hoge waterstanden. Wel was het nodig om bij extra hoogwater wacht te lopen en binnensijpelend water weg te pompen€¦.

Groei

TX 5 in 1963

TX 5 "Orion" in 1963

Door de intrede van de boomkorvisserij nam het aantal schepen verder toe. Spoedig was de haven eigenlijk te klein. Door de verhuizing van de Texelse boot in 1962 naar de nieuwe TESO-veerhaven bij “t Horntje kwam weer wat kaderuimte vrij.

Maar al gauw was er weer ruimtegebrek. Het gevolg van enorme expansiedrift eind jaren “60, begin “70, toen de kotters almaar groter werden. Dankzij de dijkverhoging in de tweede helft van de jaren “70 kregen de vissers de beschikking over een tweede werkhaven.

Op de kade betrok de CIV in 1977 een nieuw pand, met een winkel, vergaderruimte, boetzolder en opslag. Acht jaar later werd het coöperatiegebouw verlengd met een loods van 42 meter en kreeg het zijn huidige vorm. In de haven bij het CIV kregen de vissers een langere kade en betere faciliteiten zoals stroomvoorziening en watertappunten.

Dienstverlening

Olietanks

Olietanks

Via een scherpe inkoop van olie en andere benodigdheden bleef de CIV volop ten dienste staan van de visserij. Wat de vissers aan boord nodig hadden, konden ze na afloop van de vaarweek kopen of bestellen bij de coöperatie. Reparaties vonden plaats op de nettenzolder of in de ledenschuur. Ook voor zware spullen, zoals kettingen, wekkers en staaldraad, konden de vissers bij hun eigen CIV terecht. En voor de brandstof niet te vergeten. Drie grote tanks met samen meer dan 3 miljoen liter gasolie zorgden voor de bevoorrading van de schepen.

In de 21e eeuw

De haven kreeg in 2001 een nieuwe impuls door de verlenging van de werkkade ter hoogte van het dok. Tevens werd de passantenjachthaven uitgebreid en gemoderniseerd. Recreatie en toerisme zijn steeds belangrijker geworden. Vanuit de oude haven varen garnalenkotters nu met toeristen en gaan ze zeehonden kijken op het wad. Oude zeilschepen (”de bruine vloot”) meren er regelmatig af. En de moderne Waddenhaven Texel biedt ligplaats aan meer dan 400 plezierboten. De CIV speelde op deze ontwikkeling in door zich ook te richten op watersporters. Nog steeds is de visserij de kernactiviteit. Maar door de inkrimping van de visserijvloot, de uitbreiding van de recreatievaart en het toerisme op het eiland, vaart de CIV in de 21e eeuw een andere koers.

(Tekst met dank aan het historisch overzicht van Cor de Wolf, oud-bedrijfsleider CIV.  De foto”s bij het historisch overzicht zijn afkomstig uit de collectie van Sam van der Slikke.)

 

SNIPPERS

Op de fiets

Vergaderen deed het bestuur de eerste tijd in achterkamertjes of aan boord van een van de schepen. De zoon van secretaris Aris Ellen bracht de uitnodigingen rond. Op de fiets bracht hij een briefje bij de bestuursleden aan huis.

Handwerk

Een van de eerste magazijnmeesters (vanaf 1932) was “ome” Reyer van der Vis. Ook bekend van het tanen van netten en als organist in de Ned. Hervormde kerk van Oosterend. Hij nam de administratie mee naar huis en schreef daar rekeningen uit voor de geleverde goederen. Een groot verschil met het huidige computertijdperk!

Olieboot

In 1937 schafte de CIV de eerste olieboot aan, nadat oliemaatschappijen met een boycot hadden gedreigd wegens de manier van inkoop. De boot heette “Oom Biem” €“ buiten diens medeweten vernoemd naar de voorzitter. Het laadvermogen was voldoende voor ruim drie weken brandstof voor de gehele Texelse vloot. De prijs die aan de leden in rekening werd gebracht: drie cent per liter.

Als voorbode van de Tweede Wereldoorlog liepen de prijzen van olie en goederen in 1939 snel op. Na het uitbreken van de oorlog, op 12 augustus 1940, werd de “Oom Biem” gevorderd door de Duitse Kriegsmarine.

Hoogste omzet

De coöperatie betaalde de toeleveranciers altijd per ommegaande. “Zo safe als de bank.” Een enorm pluspunt, want hierdoor kon de CIV voordelig inkopen. Van deze “bijslag” konden de leden profiteren. Als lid hoorde je bij de CIV te kopen. Gebeurde dat eens niet, dan “trad het bestuur regelend op”. In de jaren zeventig van de 20e eeuw, een gouden tijd voor de visserij, was de coöperatie zelfs het bedrijf met de hoogste omzet van heel Texel.